
'Sorry, dat ik zo laat aanbel.'
'Dat geeft niet. De laatste jaren, na mijn scheiding, wordt er nog zelden aangebeld.'
'Dat is fijn om te horen Ik bedoel... U begrijpt wel. Ik ben te vroeg. Veel te vroeg.'
Ik keek haar vragend aan. Keek ook voor de zekerheid even over haar schouder.
'Misschien dat ik het binnen mag uitleggen?' De blik in haar bruine ogen leek me oprecht kwetsbaar.
'Excuses voor de rotzooi,' zei ik terwijl ik haar uitnodigend naar één van de tweezitters verwees.
Het was haar beurt om 'Dat geeft niet te zeggen.' Ze vulde het aan met 'Ik had niet anders verwacht.'
'Oh, vertel. Heeft een van de buren gebeld?'
'Volgens mijn dossier bent u niemand tot last.' Ze haalde uit haar blinkende leren tas een dunne map, bladerde kort.
Daarna keek ze op. 'U bent een eenvoudig geval. Daarom ben ik ingedeeld op uw casus. Mijn eerste. Ik zit in mijn proeftermijn.'
Ze glimlachte verontschuldigend.
Haar ogen leken nu om begrip te vragen, maar straalden ook zakelijkheid uit.
'Proeftermijn?'
'Ik ben aangenomen als Overbrenger.'
Iets in mijn maag vertelde me dat ik ongerust moest zijn.
Ze wees op de overvolle asbak en de lege blikjes bier die tussen ons in stonden en op de zak van McDonalds. Daarna bladerde ze weer door het dossier waarop ik nu mijn naam zag prijken.
'U bent de afgelopen jaren vaak genoeg gewaarschuwd door uw huisarts,' zei ze zonder op te kijken. 'Dat u de signalen niet moet negeren, uw levensstijl moet herzien.'
De knoop in mijn maag werd strakker.
'Maar,' en ze wees met gespreide handen naar de overvolle salontafel, 'dat hebt u niet gedaan.'
'Klopt'
'Morgen is het zover.'
Ze sprak de woorden uit met een vanzelfsprekendheid die, ik weet dat het gek klinkt, me rust gaf. En kracht.
'Hoe laat?' vroeg ik.
'Rond kwart voor twaalf in de ochtend. Maar zo precies zijn ze nu ook weer niet.
Ze hebben me nog geen leaseauto gegeven. En met het openbaar vervoer tegenwoordig... Vandaar dat ik er nu al ben.'
Ik schoot in de lach. 'Je wilde niet te laat komen.'
'Nee.'
'Professioneel.' Ik knikte goedkeurend.
Ze glimlachte opgelucht. Ze reikte in haar tas, legde een formulier en een pen neer. 'Wilt u deze evaluatie nog voor me invullen? Hoe ik het naar uw mening heb gedaan?'
'Zeker,' zei ik.
Ik stond op.
'Jij ook een pilsje?'
'Niet onder werktijd, mijnheer.'
Ik wees naar de klok.
Ze haalde haar schouders op en knikte.
'Noem me maar bij mijn voornaam en zeg maar 'je'. Hoe heet jij eigenlijk?'
'Ik heb nog geen naam gekregen.'
'Misschien komen we daar vannacht nog wel op!' riep ik vanuit de keuken.
Ik hoorde haar hakken gehaast over de tegels klikken en de voordeur dichtslaan.
Plan B, dacht ik.
Plan B.